Floris Calkoen

Coastal cliffs and beach along the Costa Vicentina near Sagres

Learn to read the coastal landscape as a coastal geomorphologist

This tour is a pilot format for anyone interested in learning to read coastal landscapes through the eyes of a coastal geomorphologist. No prior background is required, though some curiosity about nature, geology, or the coast will help you get more out of it. Tours are preferably organized around Sagres, but depending on your interests, such as the Fishermen’s Trail, surfing, or geology, and where you are staying, other locations along the Costa Vicentina may also be possible. A typical tour lasts around 2 hours, though shorter or longer formats are also possible; group size is limited to 6 people, and while the indicative price is 25 euro per person, pilot sessions are currently donation-based. Timing is flexible, though low tide is usually best because more of the coastal landscape is exposed. If you are interested, feel free to reach out by email at to discuss a suitable time and place.

Introduction

This introduction is currently a draft, written in Dutch, but it will be published shortly in English.

Als kustmorfoloog proberen we de verschillende landschapsvormen langs de kust te begrijpen door ze binnen het grotere geheel te plaatsen. Hoe verhoudt de ontwikkeling van een bepaald strand zich tot een riviermonding kilometers verderop? Dit soort relaties zijn te begrijpen door verschillende typen kust aan elkaar te relateren. Hierbij kijk je als het ware naar het systeem in het geheel, zo mogelijk over grote tijdruimtelijke schalen. De kleinere stukjes kust vallen op haar plaats binnen het grotere geheel. Het wordt bijvoorbeeld duidelijk waarom het ene strand bestaat uit grote kiezels en het andere uit fijne zandkorrels. Of waarom sommige stranden zwartig (Canarisch eilanden) en andere wittig (Caribisch gebied) zijn. En waarom er zich überhaupt op bepaalde plekken een strand vormt en op andere niet. Maar bijvoorbeeld ook hoe een oud koraalrif op 100 meter boven de huidige zeespiegel terecht is gekomen. Een kustmorfoloog kan dit systeem begrijpen door geologie, de zeespiegelstand en de fysische, biologische en chemische processen gezamenlijk in beschouwing te nemen. Geologie geeft de basis; de stand van de zeespiegel bepaalt waar de kustlijn ligt en de fysische, chemische en biologische processen vormen dit gebied tot de landschapsvormen die we vandaag zien. Al speelt de mens vandaag in toenemende mate een belangrijk rol binnen kustontwikkeling – direct, door bijvoorbeeld het opspuiten van de kust met zand als ook indirect, door het bouwen van dammen die de natuurlijke sedimentstromen onderbreken. Wat de drie thema’s – geologie, de zeespiegelstand en de processen – met elkaar in gemeen hebben, maar ook tegelijkertijd van elkaar onderscheid, is de tijdruimtelijke schaal waarop ze zich voltrekken: namelijk, van grootschalige veranderingen op continentale schaal over miljoenen jaren tot de beweging van individuele zandkorrels met het breken van de golven.

Het kustgebied ontwikkelt zich dus op verschillende schalen. Op de grootste tijdruimtelijke schaal – de geologische, die van miljoenen jaren – zorgt plaatektoniek voor een gefragmenteerd, divers geologisch landschap. De aarde is opgebouwd uit verschillende lagen. Zo heeft de aarde vloeibare mantel met daaromheen een harde schil, die bestaat uit verschillende stukken (platen). Deze platen (14 in totaal) verplaatsen zich geleidelijk over de vloeibare mantel met ongeveer dezelfde snelheid als dat onze nagels groeien, namelijk 2 tot 10 centimer per jaar. Dat lijkt weinig, maar als we die snelheid extrapoleren over de geologische tijdschaal (miljoenen jaren) zijn het afstanden van duizenden kilometers. Bijvoorbeeld, 6 centimeter per jaar staat gelijk aan 6000 kilometer per 100 miljoen jaar – en dat is ongeveer de afstand tussen Amsterdam en New York. Als gevolg van deze zogenaamde plaattektoniek ontstaan er vulkanen waar platen onder elkaar schuiven, zoals bijvoorbeeld in Chili. Waar ze op elkaar botsen plooien de platen zich tot bergen, zoals de bij de Alpen en de Himalaya’s. En het zorgt indirect ook dat hele gebieden duizenden meters omhoog komen, zoals de Spaanse hoogvlakte. Een hieraan gerelateerd geologisch feitje dat tot de verbeelding spreekt is dat het hoogste punt op aarde – de top van de Mount Everest – bestaat uit marien gesteente van 470 miljoen jaar oud. Daarnaast zorgt plaattektoniek ook voor breuken in het gesteente – van kleine (een kwartsadertje), tot grote schaal (de San Andreas breuk in Californië). Deze breuken zijn bepalend voor het kustgebied omdat ze de natuurlijk zwakke plekken vormen, waar rivieren stromen en daarmee valleien worden uitgeslepen. Over geologische tijd worden ook de bergen weer uitgevlakt, geërodeerd tot sediment wat meestroomt met rivieren naar zee. En zo begint het langzaam duidelijk te worden hoe de geologie het structurele raamwerk geeft waarbinnen een kustsysteem zich vormt en verder kan ontwikkelen.

Op een kortere – al voor menselijk begrip nog steeds een lange – tijdschaal is het voor het begrijpen van een kustsysteem belangrijk om een beeld te hebben bij de ontwikkeling van de zeespiegelstand. De stand van de zeespiegel is namelijk niet constant, maar veranderd over tijd. Voor kustmorfologie zijn met name het komen en gaan van ijstijden relevant. Als gevolg van ijstijden kan de zeepsiegel namelijk met meer dan honderd meter fluctueren. In een ijstijd wordt er relatief veel zeewater opgeslagen in ijs rond de polen en daarmee zakt de zeespiegel. Daarentegen, wanneer het relatief warm is, is er minder ijs, waardoor de stand van de zeespiegel hoger is. Dit is natuurlijk direct relevant voor de kust omdat de stand van de zeespiegel bepaalt op welk niveau de kustlijn zich bevindt. Sinds het kwartair – de meest recente geologische periode, die 2.6 miljoen jaar geleden is begonnen en waar we ons vandaag nog steeds in bevinden – wordt de aarde gekenmerkt door cycli van ijstijden met een periode van enkele honderdduizenden jaren. In het hoogtepunt van de meest recente ijstijd (25,000 jaar geleden) lag de zeespiegel ongeveer 130 meter lager dan vandaag de dag. En daarmee lag dus ook de kustlijn veel meer zeewaarts. Tegenwoordig is het relatief warm, we zitten in een zogenaamd interglaciaal. De stand van de zeespiegel is dus relatief hoog. Maar ten tijde van het laatste interglaciaal hiervoor stond de zeespiegel op veel plaatsten nog nét wat hoger dan vandaag – en daarmee lag de kustlijn dus meer landwaarts. Het is dan ook mogelijk om fossiele kustlijnen, bijvoorbeeld een versteend duingebied, te vinden uit het laatste interglaciaal. En op andere plekken zijn er juist kustvormen die wijzen op zeespiegelstijging. Zo tonen de fjorden in Noorwegen hoe uitgeslepen gletsjervaleijen (ten tijde van een ijstijd) zijn overstroomt nu het water meer dan 100 meter is gestegen sinds de laatste ijstijd.

Op een nog kortere tijdschaal – van enkele duizenden jaren tot seconden – vormen fysische, biologische en chemische processen de geologische structuur en het sediment rondom de kustlijn. Sediment geërodeerd van bergen zoals de alpen wordt door rivieren zoals de Rijn naar zee gebracht, waar het zich ophoopt langs de kust. Of de kliffen brokkelen af met het breken van de golven, waarop ze vervolgens in de branding gerond worden tot kiezels. Wanneer het sediment eenmaal bij de kust is, zijn het de golven, het getij en de wind die het sediment verder transporteren tot het ergens bezinkt. Getij reguleert de uitwisseling van sediment van de rivieren met de zee, waarbij het gesorteerd wordt van fijner sediment landwaarts (modder) naar grover sediment zeewaarts (zand). Golven, die soms duizenden kilometers reizen door de oceaan brengen energie naar de kust die het zand continu omhoog blijven duwen en vormen tot stranden. Het strand, als een balans tussen zwaartekracht die het sediment naar de diepe oceaan trekt, terwijl de golven het naar boven blijven duwen. De golven duwen het het zand langs de kust, en daarom ook, het strand als een langzame rivier van zand. Daarbij zorgen het getij en andere stromingen voor verder sediment transport, waarbij het sorteert op grote: modder bezinkt enkel op plekken met relatief weinig energie, terwijl grote kiezels vaak het enige sediment zijn wat blijft liggen langs geklifde kusten waar de golven krachtig breken. Een gedeelte van het zanderige sediment wordt door de wind meegenomen van het strand verder landwaarts, waar het zich kan vormen tot duinen, die eventueel vervolgens weer geërodeerd worden in een heftige winterstorm en zo onderdeel zijn van een eindeloze cyclus van beweging die het kustsysteem karakteriseert.

Ten slotte heeft de mens ook haar plaats binnen het systeem. Sinds lang geleden trekt de mens naar de kust. Wanneer het getij zich terugtrekt bieden kustplateau’s en estuaria een overvloed aan eten. Beschutte baaien vormen natuurlijke havens, waar schepen kunnen ankeren en van daaruit handel konden opzetten met beschavingen ver weg. Zo vormt de kust door de geschiedenis de brug tussen zee en het achterland. En hierbij was zij niet enkel van belang was voor het transport van goederen, maar ook voor het uitwisselen van ideeën. In de Griekse oudheid zorgden mariene handel ervoor dat steden zoals Athene zich konden ontwikkelen tot centra van rijkdom, technologische innovatie en met nieuwe ideëen over het inrichten van de samenleving. Gezamelijk worden deze vaak gerelateerd aan het ontstaan van de democratie. En zolang Athene de Griekse zeeën controleerde floreerde haar cultuur – maar met de teloorgang van het zeeimperium verdween ook de democratie.

Vandaag staat de kust – het systeem dat een van de meest diverse en productieve ecosystemen op aarde herbergt – onder toenemende druk door menselijk handelen. In de eerste plaats ontwikkelt de mens het kustgebied in steeds hogere mate. Het kustgebied is steeds dichter bevolkt en wordt steeds intensiever gebruikt voor bijvoorbeeld handel. Ten tweede zorgt de mens ervoor dat het klimaat steeds sneller veranderd – het wordt warmer, zuurder en extremer, niet alleen in de lucht, maar juist ook in de oceaan. Dit uit zich ook is een versnellende trend van zeespiegelstijging – en al zouden we vandaag stoppen met het uitstoten van broeikasgassen, dan zou de zeespiegel nog steeds voor meerdere eeuwen stijgen om zo geleidelijk in balans te komen met de warmere condities in de atmosfeer.

Om dit alles samen te vattern zien we dus dat het structurele kader van de kust wordt bepaald door de geologie; dat de stand van de zeespiegel – en daarmee de kustlijn – flink schommelt; en dat het kustlandschap dat we vandaag zien wordt gevormd door fysische, biologische en chemische processen, in een eindeloze cyclus van beweging, gedreven door golven, getij, wind, klimaat. De kust, in al haar divsersiteit, is een natuurlijke dynamisch complex systeem waar atmosfeer, oceaan en land met elkaar in contact komen en daarmee een divers landschap vormen. Dit natuurlijk rijke gebied trekt al lange tijd de mens, maar met name sinds de industriële revolutie wordt dit gebied steeds intensiever ontwikkelt en het daarmee staat het vandaag onder druk. Er is steeds minder ruimte voor de natuurlijke dynamiek. En daarom is het belangrijk de kust goed te begrijpen, zodat we de juiste keuzes kunnen maken over hoe we met dit gebied om gaan. Maar los daarvan is een beter begrip van de kust ook gewoon heel erg leuk. Door de kust te lezen als een geomorfoloog opent zich een tijdruimtelijke dimensie die tot de verbeelding spreekt. Het landschap zal op een nieuwe manier tonen en daarmee zal een wandeling aan zee nooit meer hetzelfde zijn.

Costa Vicentina